6 april 1979lerarenpraatje1e Jaargang Nr. 5
29 september 1978
24 november 1978
22 december 1978
15 februari 1979
6 april 1979
  biologie
  cultuur
  directie
  feest
  greenpeace
  ingezonden
  inzaaider
  kunst
  laatste nieuws
  leerlingenraad
  lerarenpraatje
  ouders
  pubertijdbesteding
  sport
  wetenschap
  zaailander mode
  zuid-afrika
15 juni 1979
30 november 1979
25 januari 1980
7 maart 1980
18 april 1980
6 juni 1980
22 augustus 1980
 

leRAREnPRAATje

Over de l.l.raad

gast: dhr. A. Buesink

Opmerkingen vooraf:

- Dat ik me als leraar met de LLR bemoei heeft niet de bedoeling dat ik nu wel eens even zal komen vertellen hoe het moet. Ik vind dat de LIR een zelfstandig orgaan van de leerlingen moet zijn. ik denk dat ik hier wel wat zinnigs over te melden had, wat misschien een rol kan spelen bij het verder op poten zetten van een LLR op de RSG.

1) De achtergrond van het instellen van een LLR lijkt me de behoefte van leerlingen om te komen tot een meer demokratiese gang van zaken op school.

Door meer demokratie moeten de leerlingen de mogelijkheid krijgen om op georganiseerde wijze naar voren te brengen wat zij van de een-of-andere zaak vinden. Een LLR is dus tegelijkertijd een middel om de belangen van de leerlingen te behartigen.

2) Er zijn aan het instellen van een LLR - juist doordat het een middelbare school betreft - een aantal bijzondere problemen verbonden:

- het "verloop" onder de leerlingen is groot d.w.z. geen enkele leerling kan het zich veroorloven een paar jaar achtereen voor de LLR te werken naast zijn/haar gewone schoolwerk;

- ook leraren en de direktie hebben met een LLR geen ervaring en zallen een heleboel moeten leren.

We zullen dus niet zo snel moeten zeggen dat het mislukt is en dat het blijkbaar niet kan. Het gaat nu eenmaal niet allemaal zo snel als we wel willen.

3) Over de aard van de belangen die de LLR voor de leerlingen kan behartigen kan ik kort zijn. De leerlingen kennen hun belangen beter dan ik.

4) Het goed en demokraties kunnen funktioneren van de LLR is niet afhankelijk van de inzet van een paar aktievelingen. Er moeten voorzieningen worden geboden en garanties worden geschapen, die het mogelijk maken dat iedereen kan meedoen en dat de LLR ook werkelijk wat in te brengen heeft.

- De direktie en de leraren, zullen de LLR serieus moeten nemen. Naast direktie, leraren, niet-onderwijzend personeel vormen de leerlingen immers een belangrijke (en verreweg de grootste) groep van de schoolbevolking. Daarom zijn voorstellen of besluiten van de LLR van groot gewicht. Zoniet dan wordt de LLR een fopspeen.

- Om het werk van de LLR te verbeteren moet er ruimte zijn om in de klas te diskussiëren over voorstellen van de LLR, om vertegenwoordigers te kiezen of ze verslag te laten doen. Bij lessen als Nederlands en Maatschappijleer (misschien ook bij andere) is er de mogelijkheid om zaken als diskussie- en vergadertechniek, het maken van notulen en verslagen te oefenen. Op sommige scholen krijgt een leraar taak-uren om de LLR te begeleiden en te helpen.

- Het lijkt me goed dat de LLR voor zijn aktivlteiten een eigen budget heeft.

We zijn er nog lang niet, dat is duidelijk, maar er is een begin.

 


dhr. A. Buesink

Editie 8<<lerarenpraatje>>Pagina 12 / 18
© 2002 www.xsl.nl internet redesign Robbert Hans Baron